Clustermunitie ruimen tussen de koffieplantages

Door Roos Boer

Voor de meesten zal 1 augustus een vrij gewone dag zijn. Zo niet voor het Clustermunitieverdrag:  het is vandaag namelijk precies twee jaar geleden dat het verdrag inwerking trad en bindend internationaal humanitair recht werd. En wat is een betere plek om deze historische dag door te brengen dan in Laos?  

Hier was ik immers twee jaar geleden ook toen voor het eerst alle landen die lid zijn van de CCM bij elkaar kwamen om afspraken te maken over de uitvoering van het verdrag. Laos is namelijk het land met de meeste onontplofte clustermunitie resten ter wereld.

Hillary Clinton
Ik ben in goed gezelschap. Een paar weken geleden nog reisde Hillary Clinton af naar Laos – bijna 40 jaar na de Vietnamoorlog – voor een bezoek. Clinton ging langs bij de ngo COPE die slachtoffers van clustermunitie helpen met protheses en rehabilitatie. Tijdens de oorlog dropte de VS namelijk het onvoorstelbare aantal van 270 miljoen submunitie op Laos, wat neer komt op 2 miljard kilo aan bommen. Een behoorlijke nalatenschap in Laos kortom.

Mines in Lao PDRIk ben in het Thateng district in het zuiden van Laos. Hier bezoek ik een ontmijningsteam van de Noorse ngo Norwegian People’s Aid. Met hen werken we al jaren samen in de internationale Cluster Munitie Coalitie. Eerst om het internationale verdrag tot stand te krijgen, en nu om het verdrag te implementeren. Anders dan IKV Pax Christi hebben zij een afdeling die ook daadwerkelijk  oorlogsresten ruimt. Iedere dag gaan ze uitgerust met ontmijningsapparatuur de velden van Laos in om onontplofte submunities op te ruimen om zo te voorkomen dat overgebleven clustermunitie nog meer slachtoffers eisen.

Bloedgroep
Als ik om me heen kijk, zie ik boeren hun land bewerken in een prachtig rustiek landschap met koffieplantages en andere gewassen. Voordat we het veld in gaan moet ik eerst mijn bloedgroep opgeven, en legt Ko, de teamleider uit dat ik, wat er ook gebeurt, aan zijn zijde moet blijven en niks aan mag raken. Omdat de submunities ongeveer 20 centimeter onder de grond liggen zie je niks van het gevaar. Opeens bekijk ik het landschap met andere ogen. De boeren hebben geen keuze. Ze moeten werken om geld voor hun familie te verdienen. Ook als ze weten dat een stuk land vervuild is met submunities, ploegen ze dus de aarde om hun gewassen te planten en te oogsten. Ik vraag me af welke stukken land al wel en welke nog niet geruimd zijn.  Welke boeren wel en geen gevaar meer lopen. Later blijkt dat de mensen die ik zie precies buiten de door paaltjes aangegeven lijnen werken. De stukken die worden omgeploegd zijn door NPA in de vorige maanden reeds geruimd.

Onontplofte submunitie
Vijf minuten later loop ik tussen de paaltjes in de grond die een submunitie markeren. Op de bodem van het gat naast elk paaltje ligt een onontplofte submunitie. De meeste zijn BLU26 submunities; als ik in het gat kijk zie ik een perfecte ronde kleine bal met een diameter van ongeveer 5 centimeter. De hoeveelheid paaltjes maakt me zenuwachtig, om de paar meter staat er wel een. Ik ben me opeens verschrikkelijk bewust van waar ik mijn voeten neer zet. Wat niet makkelijk is als je ook met een camera en een microfoon in de weer bent.

Cheerleaders
Hoe afwisselend wil je het hebben. Vorig jaar stond ik nog met een groep cheerleaders op het Plein in Den Haag om Nederland aan te moedigen het Clustermunitieverdrag – dat op 1 augustus vorig jaar officieel bindend werd voor Nederland- zo strikt mogelijk uit te voeren. En dit jaar sta ik met een groep toegewijde ontmijners ergens in het zuiden van Laos en zie ik met eigen ogen hoe secuur, stukje voor stukje, het land weer veilig wordt gemaakt, ontdaan van de onontplofte clustermunitie.

Natuurlijk hebben niet alleen in Laos burgers nog steeds te maken hebben met de gevolgen van clustermunitie. Over de hele wereld liggen in verschillende landen nog steeds onontplofte submunitie die nog altijd slachtoffers maken, zoals in Bosnië en Herzegovina, Libanon, Tsjaad, Libië, Cambodja, Servië en Colombia.

Nooit meer clustermunitie
Dat clustermunitie groot humanitair leed veroorzaakt wordt wereldwijd erkend en is de reden dat maar liefst 111 landen inmiddels zijn aangesloten bij het Clustermunitieverdrag. Op 1 augustus 2010 werd de CCM bindend internationaal recht voor alle aangesloten landen.  Landen die lid zijn mogen clustermunitie niet alleen nooit meer gebruiken, produceren, opslaan of vervoeren, ze moeten ook de clustermunitie die ze hebben vernietigen. Daarnaast moeten ze slachtoffers en hun gemeenschappen helpen, en land waar onontplofte submunitie ligt ruimen zodat het weer veilig begaanbaar wordt. Nu, 2 jaar later, is er al ontzettend veel werk verricht.

Een greep uit de resultaten van de afgelopen jaren: 11 landen die lid zijn van het verdrag hebben de vernietiging van hun voorraden clustermunitie inmiddels voltooid, en landen die lid zijn van de CCM hebben gezamenlijk al 68.2 miljoen submunitie vernietigd. En in 2010, zo  berekende The Monitor, werd al 18.5 km2 land vrij gemaakt van clustermunitie restanten, een gebied ter grote van ongeveer 2370 voetbalvelden. Nu ik zie hoe ongelooflijk voorzichtig en centimeter voor centimeter dit ruimen gebeurt, krijg ik hernieuwd respect voor deze cijfers. Ook omdat ik opnieuw begrijp hoeveel boeren hun land weer kunnen bewerken zonder dat ze bij elke schop die ze in de grond zetten bang hoeven zijn dat er een explosie op volgt.

Vietnamoorlog
Het team vertelt me dat geschat wordt dat tijdens de Vietnamoorlog zo’n 80 miljoen submunitie niet is geëxplodeerd en verspreid over het hele land is achtergebleven.  Er wordt geschat dat nog duizenden km² bezaaid ligt met deze onontplofte wapens die in deze vorm als een soort landmijn werken.   Zo’n 50.000 mensen werden gedood of raakten gewond door onontplofte oorlogsresten in de periode 1964-2008. Hiervan vielen 20.000 slachtoffers nadat het conflict al was afgelopen. En zoals gezegd is Laos bij lange na niet het enige land dat gebukt gaat onder de verwoestende gevolgen van clusterbommen.

Vandaag wordt me weer duidelijk hoe belangrijk blijvende aandacht en betrokkenheid is. Hier wordt ook duidelijk wat de impact van het verdrag is op de dagelijkse realiteit van burgers. Het verdrag tegen clusterbommen kent veel verschillende dimensies. Zo is er de politieke en diplomatieke kant die zich afspeelt in internationale conferentiezalen en nationale ministeries, en waar bijvoorbeeld beslissingen worden genomen over het toekennen van ontmijningssubsidies aan ngo’s zoals de organisatie waarmee ik op pad ben, of het al dan niet instellen van een verbod op investeringen in clustermunitie. En er is de praktische, uitvoerende kant, door velen het werk ‘in het veld’ genoemd. Ofwel, de mannen en vrouwen die uitgerust met detectoren achtergebleven submunitie opsporen en onschadelijk maken, en de mensen die zorgen dat slachtoffers geholpen worden om terug te keren in de maatschappij.

‘Do more’
Al jarenlang zetten wij ons in om al deze dimensies van het Clustermunitieverdrag met elkaar te verbinden en voorgoed een einde te maken aan de verschrikkelijke gevolgen van clustermunitie. Clinton zei aan het einde van haar bezoek “we have to do more”. Clinton heeft gelijk, maar de VS zouden in de eerste plaats de hand in eigen boezem moeten steken en ervoor zorgen dat ze nooit meer clustermunitie zullen gebruiken door het verdrag te ondertekenen. De VS is weliswaar een grote internationale donor op het gebied van ontmijning en slachtofferhulp, maar is geen lid van de CCM. Sterker, nog niet zo heel lang geleden hebben de  VS er alles aan gedaan om een alternatief,  heel zwak, en mogelijk zelf schadelijk protocol over clustermunitie te bewerkstelligen. Dit protocol stond diametraal tegenover de gevleugelde woorden “do more”, en is er dan ook gelukkig niet gekomen. 

Verschil tussen leven en dood
Als je het mij vraagt zou “do more” moeten betekenen dat er internationaal financiële en politieke committent blijft om ontmijningsactiviteiten en slachtofferhulp mogelijk te maken en dat landen zich strikt houden aan de provisies van het verdrag. Dit is de enige manier om er voor te zorgen dat de ontmijners die ik hier aan het werk heb gezien hun waardevolle en noodzakelijke werk kunnen voortzetten. Daarnaast is het van groot belang dat alle landen die nog niet zijn aangesloten bij het Clustermunitieverdrag dat zo snel mogelijk doen. Hoe meer landen clustermunitie verbieden, hoe groter het stigma op het gebruik van deze wapens. Iedere clusterbom die niet wordt gebruikt, niet wordt gefabriceerd, die wordt vernietigd, of die wordt geruimd betekent  het verschil tussen leven en dood en voorkomt  leven in langdurige onveiligheid. De berichten dat Syrië onlangs vermoedelijk clustermunitie heeft ingezet tegen de eigen burgerbevolking maakt dat besef des te dringender.

Ik geniet van het prachtige landschap in Laos, van de boeren die me vertellen dat ze na de ruiming van de submunities niet meer bang hoeven te zijn als ze hun land bewerken. Nog even en het is weer terug naar de conferentiezalen. Voor mij, en voor alle landen die zijn aangesloten, staat binnenkort een internationale bijeenkomst over de voortgang van het Clustermunitieverdrag gepland. In Oslo, waar de CCM in 2008 werd geopend voor ondertekening, zullen we landen aansporen te rapporteren over wat ze doen om clustermunitie uit te bannen en ze oproepen “to do more”. 

Klik hier voor een langer filmpje over hoe de ruiming van submunities in Thateng in zijn werk gaat.

Dit bericht werd geplaatst in Clustermunitie, Wapens en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s